Identifiers & profielen
- ORCID 0009-0009-7697-2811
- DOI 10.5281/zenodo.20043846
- X / Twitter @spectrumofall
- Bluesky @spectrumofall.bsky.social
Achtergrond
Mijn eerste ideeën en gedachte-experimenten kwamen toen ik vijftien of zestien was. Niet door een formule of een boek — gewoon een onderbuikgevoel. Een theorie die in de kern binair was: alles is óf aan, óf uit. Op elke schaal, van de grootste tot de kleinste, leek de werkelijkheid opgebouwd uit statusovergangen. Van een energietoestand naar geen energie, en weer terug.
Ik voelde ook dat de werkelijkheid zelf niet altijd lineair is. Tijd loopt niet voor alles in hetzelfde tempo — misschien hangt het af van schaal, of van de manier waarop iets uit kleinere delen is opgebouwd. Omdat ik vanaf mijn vijfde met computers werkte en elektronica studeerde, wist ik dat de overgang van de ene energietoestand naar de andere nooit in een oogwenk (instantaan) gebeurt, op welke schaal dan ook. Dat zette me aan het denken: wat als de tijd die het kost om van de ene toestand naar de andere te gaan de tijd zelf is, op zijn eigen schaal? Voor mij voelde het toen logisch dat overgangen zoals het draaien van een planeet of het geboren worden of sterven van een ster miljoenen jaren kunnen duren — een enorme schaal — terwijl qubits in een kwantumsysteem sneller wisselen dan een nanoseconde.
En als die overgang voor te stellen is als een curve — een golf — dan hoeft die niet lineair te zijn. Het pad van 0 naar 1, of 1 naar 0, kan elke vorm hebben. Gelijkmatig, uitgerekt, samengeperst, asymmetrisch. Elke golfvorm denkbaar. En misschien zou die golfvorm, veroorzaakt door het schakelen tussen toestanden, iets meetbaars opleveren.
In 2001 verzamelde ik al mijn mentale en geschreven aantekeningen van de jaren ervoor, en het schrijven begon. Niet omdat ik het antwoord had — omdat de vragen me niet loslieten. Ik bleef dingen toevoegen, herschreef stukken nadat ik alles van Carl Sagan, Neil deGrasse Tyson, Richard Feynman en talloze andere documentaires, boeken en late YouTube-deepdives over het universum had doorgespit. Telkens als ik iets las, hoorde of zag dat aansloot bij de theorie, maakte ik een notitie.
De tweede helft van 2025 bracht AI naar het grote publiek. Ik was geen early adopter, maar gebruikte het regelmatig en voerde gesprekken over mijn theorie — wat verbanden zichtbaar maakte die ik eerder niet had opgemerkt. Maar ChatGPT 3.5 en 4 praten veel te veel naar de gebruiker toe, zijn niet kritisch en zelden feitelijk accuraat, dus ik liet het daarbij. Tot ik Claude Code professioneel begon te gebruiken voor mijn werk. In code kon ik grenzen stellen — precies definiëren waar het model zich aan moest houden. Ik kon het me laten helpen om een niet-wetenschappelijke theorie te vertalen naar wetenschappelijke taal, en een systeem bouwen dat het kader zou kunnen laten toetsen aan officieel erkende wetenschap.
En zo zijn we hier.
Meer dan vijfentwintig jaar later zijn die vragen uitgegroeid tot een kader: Coherence — een verenigende theorie die frequentie, modulatie en waarneming verbindt over alle schalen van de werkelijkheid, van de Plancklengte tot het waarneembare universum.
Publicaties
Preprint · 2026
Coherence: A Frequency-Based Framework for the Unification of Mass, Gravity, and Biological Information (v0.1)
Marald Bes · Zenodo, 2026-05-04
doi:10.5281/zenodo.20043846 →Standpunt
"Het echte geheim van de natuur is dat er maar één echt ding bestaat — amplitudes. Alles is golf."
— Richard Feynman
Feynman zag het. Pythagoras hoorde het. Tesla wist het. Dit kader is een poging om het op te schrijven — niet als overtuiging, maar als falsifieerbare theorie met testbare voorspellingen en open uitnodiging tot kritiek.